Beter onderwijs

Hoewel bezuinigingen op het onderwijs door niemand als positief worden ervaren, kunnen er ondanks bezuinigingen toch verbeteringen in het onderwijs worden gemaakt. In sommige gevallen kosten veranderingen namelijk relatief, terwijl de kwaliteit van het onderwijs worden verhoogd.

Dat blijkt uit een onderzoek naar de toekomst van het Nederlands hoger onderwijs die enkele jaren geleden door de commissie Veerman werd uitgevoerd. Hij kwam met een tweetal oplossingen om de kwaliteit van het hoger onderwijs met relatief eenvoudige maatregelen te verhogen, voornamelijk door het onderscheid tussen hogescholen en universiteiten kleiner te maken. Het Nederlands onderwijsstelsel zou daar volgens de commissie zeer geschikt voor zijn.

Een van de oplossingen die volgens de commissie Veerman is de toevoeging van de titel ‘of arts’ of ‘of sciences’ aan bachelor en masteropleidingen die zijn behaald aan een hogeschool. Hierdoor wordt de waarde van een diploma behaald aan deze instellingen hoger en zijn er voor studenten meer mogelijkheden.

De overheid zou daarnaast ook vergoedingen moeten bieden voor masteropleidingen die worden aangeboden op hogescholen en hogescholen zouden daarnaast promotierecht moeten krijgen. Ook dit zou leiden tot meer keuzemogelijkheden voor studenten en het niveau van het onderwijs op hogescholen zou bovendien worden verhoogd. Het zou een maatregel zijn die relatief weinig kost, maar een groot effect kan hebben. Om de scheiding tussen universiteiten en hogescholen te behouden zou er op een andere wijze onderscheid tussen de instellingen moeten worden gemaakt.

Of dit genoeg is om de doelstellingen op het gebied van onze kenniseconomie te handhaven is echter nog maar de vraag. Ook de commissie Veerman denkt dat investeringen in het onderwijs noodzakelijk zijn en dat lijkt er voorlopig niet in te zitten.